GEO in de praktijk: wat werkt er echt?
Wat in GEO echt werkt, is gewone SEO op de vragen waar een AI-systeem zelf een antwoord op geeft: vermeldingen verdienen, één sterke pagina bouwen en eerlijk meten.
Wat in GEO echt werkt, is gewone SEO op de vragen waar een AI-systeem zelf een antwoord op geeft. Je zoekt uit bij welke vragen ChatGPT, Perplexity of een AI-overzicht in Google met een antwoord komt en op precies die vragen doe je het werk dat een goede SEO-specialist altijd al deed.
Dat klinkt misschien vreemd uit de mond van iemand met een GEO-bureau. Ik zeg het toch, want ik zie ondernemers geld uitgeven aan losse GEO-modules terwijl het gereedschap dat ze nodig hebben al jaren bestaat. Merkautoriteit, E-E-A-T en vermeldingen op sites die ertoe doen brachten tien jaar geleden al sites omhoog in Google en het is precies wat een merk vandaag in een AI-antwoord krijgt. De naam is nieuw, het werk is grotendeels hetzelfde gebleven.
Hoe die twee zich verhouden lees je bij SEO en GEO vergeleken.
De eerste stap is uitzoeken om welke vragen het gaat. Typ je belangrijkste zoekopdrachten in Google en noteer bij welke een AI-overzicht boven de resultaten staat. Stel dezelfde vragen aan ChatGPT en Perplexity en schrijf op welke bedrijven en bronnen ze noemen, want dat zijn de plekken waar je zelf wilt voorkomen. Begin bij de zoekopdrachten die in Search Console al vertoningen opleveren, want dat zijn vragen die mensen echt intypen en dat is een steviger vertrekpunt dan een lijst die je achter je bureau verzint.
Stuur op de vermelding, de link komt vaak vanzelf mee
Ik heb ooit een bureau 48.000 euro betaald voor 852 backlinks. Advies over onze eigen pagina’s zat er niet bij. Achteraf had ik dat geld liever gestoken in plekken waar mensen echt over ons praten.
De cijfers geven me daarin gelijk. In een analyse van Ahrefs uit 2025 over 75.000 merken hingen vermeldingen van een merknaam op het web samen met AI-zichtbaarheid met een correlatie van 0,664, tegen 0,218 voor backlinks. Muck Rack kwam in 2026 uit op 82 tot 89 procent van de AI-citaties uit redactionele bronnen, dus uit publicaties die een merk bij een redactie heeft verdiend.
Stel je voor dat je zelf Google bent en een echt merk wilt onderscheiden van een site die het algoritme bespeelt. Waar kijk je dan naar? Naar de plekken waar de naam terugkomt, in artikelen, in fora en in video’s, want dat is veel lastiger te faken dan een gekochte link. Dus stel ik bij elke plaatsing inmiddels eerst de vraag wat de tekst over ons zegt en in welk verband onze naam staat. Soms is die vermelding meer waard dan de link zelf.
Ik zou me er niet over verbazen als linkbuilders de komende jaren steeds meer op PR-bureaus gaan lijken. Waarom een taalmodel de ene bron wel citeert en de andere niet, lees je bij waarom AI sommige sites citeert.
Beoordeel een linkbron op echt verkeer
Google is duidelijk over betaalde links: volgens de spamrichtlijnen mag een link waarvoor je betaalt geen autoriteit doorgeven en hoort hij het attribuut rel=”sponsored” te krijgen. Voor elke plaatsing, gekocht of verdiend, gelden daarom dezelfde twee toetsen.
- Rankt de site zelf? Een site die in Google echt verkeer trekt, heeft daar al vertrouwen opgebouwd en een vermelding op zo’n site weegt dan ook iets.
- Vraag om echte cijfers. De verkeersschattingen van SEO-tools blijven schattingen en zijn met wat moeite op te poetsen. Een schermafbeelding uit de Search Console van de uitgever zegt veel meer.
Doet een uitgever moeilijk over die schermafbeelding, dan weet je meestal genoeg.
Maak een video met de vraag letterlijk in de titel
Deze aanpak wordt volgens mij het vaakst onderschat. In dezelfde Ahrefs-studie was aanwezigheid op YouTube de sterkste enkelvoudige voorspeller van AI-zichtbaarheid, met een correlatie van 0,737.
De werkwijze is eenvoudig. Je kiest een zoekvraag waar in jouw markt weinig video over bestaat, bijvoorbeeld “[jouw dienst] ervaringen” of “[product] review”. Daar maak je één video over met precies die zoekvraag als titel en je knipt er een short uit met dezelfde titel. De titel op YouTube werkt zoals de paginatitel in Google: staat de zoekvraag erin, dan maak je kans en staat hij er niet in, dan wordt het lastig.
Met één opname heb je zo kans op vier plekken: twee op YouTube, een plek in de videoresultaten van Google en een rol als bron in het AI-overzicht. Is dat GEO? Het is YouTube-SEO met een goede titel en toch is het precies het soort bron waar een AI-overzicht uit put.
Bouw één goede pagina en herhaal pas daarna
Veel bedrijven werken met een vast patroon van pagina’s, zoals een dienst per plaats of software per branche. Het zware werk zit in de eerste pagina. Je kijkt wat Google op die zoekvraag laat zien, welk soort pagina er verwacht wordt (een vergelijking, een dienstpagina of een lijst) en hoe die pagina’s zijn opgebouwd. Pas als die eerste pagina staat, ga je herhalen.
Dat herhalen is met AI bijna gratis geworden, alleen moet elke kopie iets eigens hebben. Een pagina waarop alleen de plaatsnaam verschilt, noemt Google in zijn spamrichtlijnen een doorway-pagina. Dat hebben we bij deze Academy zelf ook gemerkt: vierentwintig bijna identieke uitlegpagina’s hebben we samengevoegd tot één begrippenlijst, omdat ze los van elkaar te weinig toevoegden.
Steek je tijd en je budget dus in de eerste pagina. De kopieën zijn het makkelijke deel.
Weet wat je meet
Er zijn inmiddels tientallen tools die je AI-zichtbaarheid meten. Ze sturen een reeks vragen naar ChatGPT, Gemini of Perplexity en kijken of je naam in de antwoorden terugkomt. Dat is nuttig, zolang je weet wat je meet: voor AI-vragen bestaat nog geen betrouwbare database met zoekvolumes zoals Google die voor zoekwoorden heeft. Je meet dus hoe AI reageert op vragen waarvan je aanneemt dat klanten ze stellen.
Wij meten zelf ook zo, met veel vragen en over meerdere dagen, omdat één antwoord statistisch vrijwel niets zegt. Hoeveel vragen je daarvoor nodig hebt, staat in hoeveel prompts heb je nodig. En we leggen die meting altijd naast de gegevens uit Search Console, met echte zoekopdrachten, echte vertoningen en echte kliks. Saaie data uit je eigen account is een steviger basis voor een strategie dan een mooie grafiek over vragen die misschien niemand typt.
Geen van deze vijf aanpakken is ontstaan na de komst van ChatGPT. Wie de afgelopen jaren goede SEO deed, heeft het grootste deel van het gereedschap al in huis en hoeft vooral te kiezen op welke vragen hij het inzet. Wil je dat werk laten doen voor Google en AI tegelijk, kijk dan bij SEO en GEO uitbesteden.
Veelgestelde vragen
Is GEO hetzelfde als SEO?
GEO en SEO overlappen voor het grootste deel. De vaardigheden zijn dezelfde: begrijpen wat er op een zoekvraag getoond wordt, een pagina bouwen die daarop past en autoriteit opbouwen buiten je eigen site. Wat verschilt is het doel en daarmee de manier van meten, want bij GEO wil je genoemd worden in het antwoord zelf.
Hoe weet je bij welke vragen een AI-antwoord verschijnt?
Zoek je belangrijkste vragen op in Google en kijk of er een AI-overzicht boven de resultaten staat. Stel dezelfde vragen aan ChatGPT en Perplexity en noteer welke bedrijven en bronnen ze noemen. Begin bij de zoekopdrachten die in Search Console al vertoningen opleveren, want daarvan weet je zeker dat mensen ze intypen.
Kun je meettools voor AI-zichtbaarheid vertrouwen?
Ze laten zien hoe AI-systemen reageren op een reeks vragen die vooraf is opgesteld. Voor zulke vragen bestaat nog geen betrouwbare database met zoekvolumes, dus je weet niet zeker of klanten ze precies zo stellen. Gebruik zo'n meting als richting over veel vragen en meerdere meetmomenten en leg hem naast je echte zoekdata uit Search Console.
Weten hoe zichtbaar jij bent in AI?
Doe de gratis AI-zichtbaarheidscheck, of bekijk hoe we AI-vindbaarheid voor je aanpakken.