AI citeert de sites waarover elders op het web al geschreven wordt en waarvan de afzonderlijke passages een vraag zelfstandig beantwoorden. Die twee eigenschappen werken in die volgorde: de eerste bepaalt of je meedoet, de tweede bepaalt of je gekozen wordt.
Dat is een andere rangorde dan veel adviezen suggereren. In de grootste correlatiestudie tot nu toe, een analyse van Ahrefs uit 2025 over 75.000 merken, kwam de sterkste voorspeller van AI-zichtbaarheid niet van de eigen site. Vermeldingen van de merknaam elders op het web scoorden r = 0,664. Backlinks bleven steken op r = 0,218 en het aantal pagina’s op de eigen site op ongeveer 0,19.
Wat er buiten je site gebeurt weegt het zwaarst
Muck Rack analyseerde in mei 2026 ruim 25 miljoen geciteerde links van ChatGPT, Claude en Gemini over zeventien sectoren. Redactionele bronnen leverden 84 procent van alle citaties en over drie meetedities sinds juli 2025 lag dat aandeel steeds tussen 82 en 89 procent. Betaalde en advertorial content kwam uit op 0,3 procent. Onafhankelijke metingen van 5WPR en AirOps kwamen op 85,5 respectievelijk 85 procent.
Persberichten zijn in die cijfers vrijwel afwezig: 0,04 procent van de citaties in de Ahrefs-merkenstudie. Dezelfde inhoud verspreiden via externe media werkt wel. Een gecontroleerde studie van Stacker en Scrunch mat een citatiestijging van 239 tot 325 procent ten opzichte van publicatie op het eigen domein.
Er zit een houdbaarheidsdatum aan. Meer dan de helft van de journalistieke citaties komt uit artikelen van hooguit twaalf maanden oud, met een scherpe daling na zes maanden. Eén goede plaatsing geeft je dus een voorsprong die slijt.
Autoriteit werkt als drempel
Over de rol van klassieke domeinautoriteit spreken twee grote datasets elkaar tegen en dat is het eerlijk om te melden. Surfer analyseerde vijf miljoen AI-citaties en vond correlaties rond nul: −0,065 voor PageRank en −0,051 voor Domain Score. SE Ranking keek naar 129.000 domeinen en zag dat sites met meer dan 32.000 verwijzende domeinen 3,5 keer vaker door ChatGPT geciteerd worden.
De verklaring die beide metingen verzoent is een drempelwerking. Onder een bepaald niveau van bekendheid kom je de ophaalfase niet door. Boven dat niveau voegt extra autoriteit weinig toe en bepalen de passages de uitkomst. Voor de meeste MKB-bedrijven is de relevante vraag dus of ze de drempel halen.
In dezelfde Ahrefs-studie kwam de sterkste enkelvoudige voorspeller uit een hoek waar de meeste bedrijven niet naar kijken: aanwezigheid op YouTube, met een correlatie van 0,737. Dat komt waarschijnlijk doordat modellen de transcripten meelezen en YouTube in de citatielijsten van vrijwel elk platform hoog staat.
Bij software is die drempel bijna binair. Producten in de top twintig van een G2-categorie werden 3,1 keer vaker geciteerd, merken met meer dan honderd reviews kregen 3,2 keer meer vermeldingen en in één steekproef had 100 procent van de door ChatGPT genoemde B2B-tools reviews op Capterra. Voor Nederlandse consumentenmerken zijn Trustpilot en Kiyoh het equivalent.
Wat er op de pagina zelf toe doet
Zodra je binnen de kandidatengroep valt, gaat het over de tekst. Het Princeton GEO-paper, gepubliceerd op arXiv in 2023 en geaccepteerd voor ACM KDD 2024, testte negen tactieken op een benchmark van ongeveer tienduizend vragen. Expertcitaten toevoegen gaf de grootste stijging in zichtbaarheid, ongeveer 41 procent. Statistieken toevoegen gaf 31 tot 34 procent en expliciete bronvermelding 28 procent. Voor pagina’s die in Google op positie vijf stonden liep die laatste zelfs op tot 115 procent.
Keyword stuffing was de enige geteste tactiek die onder de nullijn presteerde, met −8 tot −10 procent.
Twee kanttekeningen horen erbij. De metingen draaiden op modellen uit 2024 en zijn maar deels op een live systeem gevalideerd. En C-SEO Bench, gepubliceerd op NeurIPS 2025, testte wat er gebeurt als meerdere partijen dezelfde trucs tegelijk toepassen. Het voordeel verdampte grotendeels, waarna de onderliggende autoriteit van de bron weer de doorslag gaf.
| Eigenschap | Sterkte van het bewijs | Bron en jaar |
|---|---|---|
| Merkvermeldingen op externe pagina’s | r = 0,664 | Ahrefs, 75.000 merken, 2025 |
| Aanwezigheid op YouTube | correlatie 0,737, sterkste enkelvoudige voorspeller | Ahrefs, 2025 |
| Reviews op de grote platforms | 3,1 tot 3,2 keer meer citaties | G2- en Capterra-analyses, 2026 |
| Backlinks | r = 0,218 | Ahrefs, 75.000 merken, 2025 |
| Domeinautoriteit als losse factor | correlatie rond nul | Surfer, 5 miljoen citaties, 2025 |
| Citaten, cijfers en bronnen in de tekst | +28 tot +41 procent | Princeton GEO-paper, KDD 2024 |
De volgorde waarin ik dit zou aanpakken
Wie begint bij de eigen pagina’s, verbetert iets dat de poort nog niet passeert. Dat is de meest gemaakte fout in dit vak en ik heb hem zelf ook een keer gemaakt, in een traject waarin we drie maanden lang keurige answer-first pagina’s opleverden voor een merk waar buiten de eigen site vrijwel niemand over schreef. De pagina’s waren prima. Ze deden alleen niet mee.
De werkbare volgorde: zorg eerst dat er buiten je domein over je gesproken wordt op de plekken die de modellen lezen, maak daarna je site technisch bereikbaar en schrijf pas dan je pagina’s om naar losse, zelfstandig leesbare antwoorden. Die volgorde staat uitgewerkt in GEO-optimalisatie in vijf stappen. Hoe je zo’n pagina precies opbouwt lees je in content schrijven die AI kan citeren.
Wil je zien waar je nu staat voordat je iets omgooit, dan geeft de gratis AI-zichtbaarheidscheck een eerste beeld per model.
In welke volgorde wij dit soort werk aanpakken, staat op de pagina over GEO-optimalisatie.