Kennisbank: Technische SEO-begrippen helder uitgelegd

Dit woordenboek is voor ondernemers die een mail van hun webbouwer of een rapport uit Search Console krijgen en willen snappen wat er staat. Elk begrip begint met een korte definitie en daarna lees je wat het voor jouw site betekent en waar je op let. Ik heb het zo geschreven dat je het naast een gesprek met je bouwer kunt leggen.

0-9

301-redirect

Een 301-redirect is een permanente doorverwijzing van een oud webadres naar een nieuw adres.

Google ziet daaraan dat de pagina definitief verhuisd is en neemt de waarde van links naar het oude adres mee naar het nieuwe. Ik zag zelf hoeveel dat uitmaakt: vijftien van de sterkste links naar mijn opleidingsbedrijf wezen naar pagina’s die niet meer bestonden en vier redirects losten dat op. Verhuis je een pagina, zet dan altijd een 301 naar de beste vervanger.

Lees verder: 301 redirect instellen

302-redirect

Een 302-redirect is een tijdelijke doorverwijzing, bedoeld voor een pagina die later terugkomt op het oude adres.

Google houdt bij een 302 meestal het oude adres in de index. Een veelgemaakte fout is een 302 gebruiken voor een verhuizing die blijvend is. Google gaat een 302 die maanden blijft staan op den duur vaak als permanent behandelen, maar daar wil je niet op wachten. Kies dus vanaf het begin bewust tussen een 301-redirect en een 302.

404-fout

Een 404-fout is de melding die een server geeft als een opgevraagde pagina niet bestaat.

Een paar 404’s zijn normaal en Google straft je daar niet voor. Het wordt een probleem als links van andere sites of je eigen menu naar zo’n pagina wijzen, want dan gaan bezoekers en linkwaarde verloren. Zet voor pagina’s met waardevolle links een 301-redirect naar de beste vervanger en maak een 404-pagina die bezoekers verder helpt met een zoekveld en je belangrijkste links.

410-status

Een 410-status vertelt zoekmachines dat een pagina bewust en blijvend is verwijderd.

Een 404 meldt alleen dat er niets staat. Met een 410 zeg je erbij dat de pagina ook niet terugkomt, waardoor Google hem vaak iets sneller uit de index haalt. Gebruik een 410 voor pagina’s die je echt kwijt wilt, zoals verlopen acties of opgeschoonde pagina’s zonder inhoud en zonder links van buiten.

5xx-fout

Een 5xx-fout is een foutmelding van de server zelf, zoals 500 (interne serverfout) of 503 (tijdelijk niet beschikbaar).

De pagina bestaat, alleen kan de server hem op dat moment niet leveren. Krijgt Googlebot vaker zo’n fout, dan komt hij minder vaak langs en kunnen pagina’s uit de index vallen. Zie je 5xx-fouten in Search Console, kijk dan eerst naar je hosting en naar een plugin die vastloopt.

Lees verder: Website-onderhoud en hosting

A

Afbeeldingscompressie

Afbeeldingscompressie is het kleiner maken van het bestand van een afbeelding zonder zichtbaar kwaliteitsverlies.

Foto’s die rechtstreeks van een camera of telefoon komen, zijn vaak vele malen groter dan nodig en maken je pagina traag. Verklein een afbeelding eerst tot de breedte waarop hij getoond wordt en comprimeer hem daarna, het liefst naar WebP. Op veel sites is dit de snelste winst in laadsnelheid die er te halen valt.

Lees verder: Je website sneller maken

B

C

Caching

Caching is het tijdelijk bewaren van een kant-en-klare versie van een pagina of bestand, zodat die niet bij elk bezoek opnieuw gemaakt hoeft te worden.

Een WordPress-site bouwt een pagina normaal bij elk bezoek opnieuw op uit de database. Met caching staat er een kopie klaar die de bezoeker meteen krijgt, wat vaak veel scheelt in de TTFB. Leeg na een wijziging wel even de cache, anders zie je je aanpassing zelf niet.

Canonical-URL

Een canonical-URL is het adres dat je aan Google opgeeft als de hoofdversie van een pagina die op meer adressen bereikbaar is.

Je zet dat adres in een canonical-tag in de code van de pagina. Webwinkels hebben hier veel mee te maken, omdat één product via filters, sorteringen of categorieën onder verschillende URL’s kan staan en zo duplicate content ontstaat. Google ziet de canonical als een sterke hint en volgt hem meestal, zeker als je interne links en je sitemap hetzelfde adres gebruiken.

Lees verder: Technische SEO bij Findori

CDN

Een CDN (content delivery network) is een netwerk van servers op verschillende plekken in de wereld die kopieën van je bestanden bewaren en die leveren vanaf de server die het dichtst bij de bezoeker staat.

Heb je vooral Nederlandse bezoekers en een Nederlandse server, dan is de winst kleiner dan vaak wordt gedacht. Een CDN helpt vooral bij bezoekers uit het buitenland, bij veel afbeeldingen of video en bij plotselinge drukte. Veel CDN’s houden ook kwaadaardig verkeer tegen voordat het je server bereikt.

Client-side rendering

Client-side rendering betekent dat de browser van de bezoeker de inhoud van een pagina zelf opbouwt met JavaScript.

De server stuurt dan een bijna lege pagina met een script dat de tekst ophaalt en neerzet. Google kan dat meestal lezen, al gebeurt het later en kost het meer rekenkracht. Veel AI-crawlers voeren geen JavaScript uit en zien dan een lege pagina. Wil je door AI-zoekmachines gelezen worden, zorg dan dat je belangrijkste tekst al in de HTML staat.

Lees verder: Technische SEO voor AI-zoekmachines

CLS

CLS (Cumulative Layout Shift) meet hoeveel de inhoud van een pagina onverwacht verspringt terwijl die laadt.

Je kent het wel: je wilt op een knop tikken en net op dat moment schuift er een banner boven, waardoor je op iets anders drukt. Google noemt een score van 0,1 of lager goed en boven 0,25 slecht. De gewone oorzaken zijn afbeeldingen zonder vaste afmetingen, laat ladende advertenties en lettertypen die na het laden van grootte wisselen.

Core Web Vitals

Core Web Vitals zijn drie metingen waarmee Google de gebruikservaring van een pagina beoordeelt: LCP voor laadsnelheid, INP voor reactiesnelheid en CLS voor visuele stabiliteit.

Google gebruikt gegevens van echte bezoekers met Chrome en beoordeelt een pagina op de waarde die driekwart van de bezoeken haalt of beter. Je vindt de uitslag in Search Console. Een goede score geeft een kleine duw in de ranking en het grootste effect merk je aan bezoekers die blijven.

Lees verder: Core Web Vitals uitgelegd

Crawlbudget

Crawlbudget is het aantal pagina’s dat Googlebot in een bepaalde periode op je site wil en kan bezoeken.

Voor de meeste sites van ondernemers, met een paar honderd pagina’s, hoef je je hier geen zorgen over te maken. Het gaat spelen bij grote webwinkels en bij sites die door filters of parameters duizenden adressen aanmaken. Google verliest dan tijd aan onbelangrijke pagina’s en nieuwe pagina’s komen later in de index. Kijk in dat geval naar faceted navigation en parameter-URL’s.

Crawlen

Crawlen is het proces waarbij een zoekmachine pagina’s op internet bezoekt en uitleest door links te volgen.

Google ontdekt een nieuwe pagina via een link vanaf een pagina die het al kent of via je sitemap. Een pagina waar geen enkele link naartoe gaat, wordt daardoor lastig gevonden. Crawlen is de eerste stap, want een pagina die niet gecrawld wordt, kan niet geïndexeerd worden en dus ook nergens verschijnen.

Lees verder: Hoe zoekmachines werken

Crawler

Een crawler is een programma dat automatisch websites bezoekt, pagina’s uitleest en de links daarop volgt.

Zoekmachines gebruiken crawlers om hun index te vullen. Bekende voorbeelden zijn Googlebot en Bingbot en inmiddels sturen ook AI-bedrijven hun eigen crawlers rond, zoals GPTBot van OpenAI. Elke crawler meldt zich met een eigen naam, zodat je in robots.txt per crawler kunt aangeven wat hij mag bezoeken.

D

Dynamische rendering

Dynamische rendering is een tussenoplossing waarbij de server zoekmachines een kant-en-klare HTML-versie van een pagina geeft en gewone bezoekers de JavaScript-versie.

Het was een manier om sites die zwaar op JavaScript draaien toch leesbaar te maken voor crawlers. Google noemt het inmiddels een noodoplossing en raadt server-side rendering aan. Kom je het tegen in een offerte voor een nieuwe site, vraag dan waarom er niet meteen voor server-side rendering gekozen wordt.

F

Faceted navigation

Faceted navigation is het filtersysteem van een webwinkel of catalogus waarmee bezoekers op kenmerken als kleur, maat of prijs kunnen zoeken.

Elke combinatie van filters kan een eigen URL krijgen en zo ontstaan er snel duizenden bijna gelijke pagina’s. Dat kost crawlbudget en levert dubbele inhoud op. Bepaal welke filtercombinaties echt gezocht worden en laat alleen die indexeren. De rest houd je met een canonical of noindex buiten de index.

G

Gestructureerde data

Gestructureerde data is informatie in de code van een pagina die in een vast formaat beschrijft wat er op de pagina staat, zoals een bedrijf, product, evenement of artikel.

Een bezoeker leest de tekst en een zoekmachine leest de labels, zodat die zeker weet dat een getal een prijs is en een naam een auteur. Google gebruikt dit onder meer voor rich results met sterren, prijzen of datums. Het meest gebruikte woordenboek voor die labels is Schema.org.

Googlebot

Googlebot is de crawler van Google die pagina’s bezoekt en uitleest voor de zoekmachine.

Er is een versie voor mobiel en een voor desktop en sinds mobile-first indexering doet vooral de mobiele versie het werk. Googlebot kan JavaScript uitvoeren, al gebeurt dat vaak in een tweede ronde. Wil je zien hoe Googlebot een pagina van je ziet, gebruik dan de URL-inspectie in Search Console.

H

HTML-sitemap

Een HTML-sitemap is een gewone pagina op je site met links naar alle belangrijke pagina’s, bedoeld voor bezoekers.

Voor een kleine site met een helder menu voegt hij weinig toe. Bij grotere sites helpt hij bezoekers en crawlers om pagina’s te vinden die diep in de structuur zitten. Ook met een HTML-sitemap heb je voor zoekmachines nog steeds een XML-sitemap nodig.

HTTP-statuscode

Een HTTP-statuscode is het getal van drie cijfers dat een server terugstuurt als een browser of crawler een pagina opvraagt.

Het eerste cijfer vertelt de soort: 2xx betekent gelukt, 3xx doorverwezen, 4xx een fout aan de kant van de aanvraag en 5xx een fout van de server. Je wilt dat je belangrijke pagina’s een 200 geven. Een technische controle kijkt daarom altijd naar pagina’s met een 3xx, 4xx of 5xx en naar de links die daar nog naartoe wijzen.

Lees verder: Een technische SEO-audit doen

HTTPS

HTTPS is de beveiligde versie van het protocol waarmee een browser en een website gegevens uitwisselen.

Alles wat over en weer gaat, is versleuteld, zodat niemand onderweg kan meelezen of iets kan aanpassen. Browsers waarschuwen bezoekers bij een site zonder HTTPS en Google gebruikt het als lichte rankingfactor. Zorg dat elke http-versie van je adressen met een 301-redirect naar de https-versie gaat.

Lees verder: Technische SEO-checklist

I

Index

De index is de database waarin een zoekmachine de pagina’s bewaart die hij gecrawld en opgenomen heeft.

Alleen pagina’s die in de index staan, kunnen in de zoekresultaten verschijnen. Je kunt het vergelijken met de catalogus van een bibliotheek: een boek dat er niet in staat, vindt niemand, hoe goed het ook is. Met de zoekopdracht site:jouwdomein.nl in Google krijg je een ruwe indruk van wat er van je site is opgenomen.

Indexeren

Indexeren is het opnemen van een gecrawlde pagina in de index van een zoekmachine.

Google leest de pagina, bepaalt waar die over gaat en beslist of hij goed en uniek genoeg is om op te slaan. Dunne, dubbele of zwakke pagina’s laat Google regelmatig liggen. Een pagina indienen in Search Console vraagt Google om te komen kijken, de opname zelf blijft een besluit van Google.

Lees verder: Pagina niet geïndexeerd door Google

Indexeringsstatus

De indexeringsstatus is de stand van een pagina in de index van Google: opgenomen, uitgesloten of met een fout.

Je ziet die in Search Console in het rapport over pagina’s, met bij elke uitgesloten pagina de reden, bijvoorbeeld dat Google de pagina gecrawld heeft en nog niet heeft opgenomen. Kijk daar eens per maand naar. Een plotselinge stijging van uitgesloten pagina’s wijst vaak op een technische fout, zoals een noindex die per ongeluk op de verkeerde pagina’s staat.

Lees verder: Search Console instellen

INP

INP (Interaction to Next Paint) meet hoe snel een pagina zichtbaar reageert als een bezoeker klikt, tikt of typt.

Google noemt 200 milliseconden of minder goed en meer dan 500 milliseconden slecht. INP verving in maart 2024 de oudere meting FID als Core Web Vital. Een trage INP komt meestal door te veel JavaScript, bijvoorbeeld van chatwidgets, trackingscripts of een zware pagebuilder.

J

JavaScript-SEO

JavaScript-SEO is het deel van technische SEO dat ervoor zorgt dat zoekmachines de inhoud van sites die op JavaScript draaien kunnen vinden, lezen en indexeren.

Moderne sites bouwen tekst, menu’s en links vaak pas in de browser op. Google kan dat aan, met wat vertraging. Let vooral op links, want Google volgt links die als gewone a-tag met een href in de code staan. Een knop die alleen via een script naar een andere pagina springt, ziet hij meestal niet als link.

JSON-LD

JSON-LD is de notatie waarin je gestructureerde data als een apart blok in de code van een pagina zet, los van de zichtbare tekst.

Google raadt deze vorm aan, omdat je de gegevens kunt toevoegen of aanpassen zonder aan de opmaak van de pagina te komen. In WordPress regelt een SEO-plugin dit meestal voor je. Controleer wel of wat in de JSON-LD staat ook echt op de pagina te lezen is, want gegevens die de bezoeker niet ziet, kan Google negeren.

Lees verder: Schema markup voor AI-zoekmachines

K

Klikdiepte

Klikdiepte is het aantal klikken dat nodig is om vanaf de homepage bij een pagina te komen.

Hoe dieper een pagina zit, hoe minder belangrijk hij voor Google lijkt en hoe minder vaak hij gecrawld wordt. Een gangbare vuistregel is dat je belangrijkste pagina’s binnen drie klikken bereikbaar zijn. Zit een dienstpagina dieper, zet er dan een interne link naartoe vanuit het menu of vanaf je homepage.

L

Laadsnelheid

Laadsnelheid, ook wel pagespeed genoemd, is de tijd die een pagina nodig heeft om bruikbaar op het scherm van een bezoeker te staan.

Google meet dat met de Core Web Vitals en je kunt een pagina testen in PageSpeed Insights van Google. Kijk daar vooral naar de gegevens van echte bezoekers bovenaan, want de labscore eronder wisselt per meting. Een trage site kost je eerst bezoekers en klanten en pas daarna posities.

Lazy loading

Lazy loading is een techniek waarbij afbeeldingen en video’s pas laden als de bezoeker in de buurt ervan scrolt.

De pagina staat daardoor sneller op het scherm en wie niet doorscrolt, laadt die bestanden nooit. WordPress past het standaard toe op afbeeldingen. Zet het niet op de grote afbeelding bovenaan de pagina, want die moet juist zo snel mogelijk laden en anders wordt je LCP trager.

LCP

LCP (Largest Contentful Paint) meet hoe lang het duurt voordat het grootste zichtbare element van een pagina op het scherm staat, meestal een grote afbeelding of kop.

Google noemt 2,5 seconden of minder goed en meer dan 4 seconden slecht. Een trage LCP komt vaak door een te zware afbeelding bovenaan, trage hosting of lettertypen en scripts die het tonen ophouden. Begin bij die eerste afbeelding, daar zit meestal de snelste winst.

Lees verder: Je website sneller maken

Logbestand-analyse

Logbestand-analyse is het uitlezen van de logbestanden van je server om te zien welke crawlers welke pagina’s bezoeken, hoe vaak en met welk resultaat.

Search Console geeft een samenvatting en de logbestanden tonen elk afzonderlijk bezoek. Zo ontdek je of Googlebot tijd kwijt is aan parameter-URL’s, of belangrijke pagina’s worden overgeslagen en of AI-crawlers als GPTBot langskomen. Voor een kleine site is dit zelden nodig. Bij grote sites levert het vaak verrassingen op.

M

Mixed content

Mixed content is een HTTPS-pagina waarop onderdelen nog via gewoon HTTP binnenkomen, zoals een afbeelding, script of lettertype.

Browsers blokkeren zulke onderdelen vaak of tonen een melding dat de verbinding niet volledig veilig is. Het komt veel voor na een overstap naar HTTPS, als er in oude teksten en instellingen nog adressen met http:// staan. Een zoek-en-vervangactie in de database lost het meestal op, maak daarvoor wel eerst een back-up.

Mobile-first indexering

Mobile-first indexering betekent dat Google de mobiele versie van je pagina gebruikt om die te indexeren en te rangschikken.

Wat niet op je mobiele versie staat, telt voor Google dus niet mee, ook als het op desktop wel zichtbaar is. Verberg op mobiel daarom geen tekst, links of gestructureerde data die je op desktop toont. Bekijk je pagina’s ook echt op een telefoon, want bij veel sites komen de meeste bezoekers daar vandaan.

N

Nofollow-meta

Een nofollow-meta is een instructie in de head van een pagina die zoekmachines vraagt geen van de links op die pagina te volgen.

Je schrijft het als een meta-tag robots met de waarde nofollow. Een nofollow-link geldt voor één link, de nofollow-meta voor alle links op de pagina tegelijk. Gebruik hem zelden, want je knipt daarmee ook je eigen interne links door. Google behandelt nofollow sinds 2019 als een hint.

Noindex

Noindex is een instructie in de code of de serverkop van een pagina die zoekmachines vraagt die pagina niet in de index op te nemen.

Google moet de pagina wel kunnen crawlen om de noindex te zien, dus blokkeer hem niet tegelijk in robots.txt. Gebruik noindex voor bedankpagina’s, interne zoekresultaten en testpagina’s. Een bekende fout is een nieuwe site die live gaat terwijl het vinkje van WordPress om zoekmachines te ontmoedigen nog aan staat.

P

Paginering

Paginering is het verdelen van een lange lijst, zoals blogartikelen of producten, over meerdere pagina’s met nummers als 1, 2 en 3.

Google gebruikt de oude kenmerken rel next en prev al jaren niet meer. Geef elke pagina in de reeks een eigen URL met een canonical naar zichzelf en link met gewone a-tags naar de volgende pagina’s. Zet geen canonical van pagina 2 naar pagina 1, want dan raken de producten op pagina 2 uit beeld.

Parameter-URL

Een parameter-URL is een webadres met een vraagteken en extra waarden erachter, zoals ?kleur=rood of ?utm_source=nieuwsbrief.

Parameters sorteren, filteren of meten, terwijl de inhoud vaak gelijk blijft. Daardoor kan dezelfde pagina onder tientallen adressen bestaan, wat crawlbudget kost en dubbele inhoud oplevert. Laat de canonical naar de schone URL zonder parameters wijzen en link intern altijd naar die schone versie. Gebruik een UTM-parameter alleen in links van buiten je site.

R

Redirect

Een redirect is een doorverwijzing die een bezoeker of crawler automatisch van het ene webadres naar een ander stuurt.

Je hebt een redirect nodig als je een pagina verhuist, een URL aanpast, overstapt naar HTTPS of van domeinnaam wisselt. De twee bekendste zijn de 301 voor blijvend en de 302 voor tijdelijk. Een redirect is zo ingesteld en redt linkwaarde die anders op een 404 zou eindigen.

Redirectketen

Een redirectketen is een reeks doorverwijzingen achter elkaar, bijvoorbeeld van adres A naar B en van B naar C.

Elke extra stap maakt het laden trager en Googlebot volgt een keten maar een beperkt aantal stappen. Ketens ontstaan als een site een paar keer verhuist en de oude redirects blijven staan. Laat elke oude URL in één stap naar de eindbestemming wijzen en pas ook je interne links aan, zodat die meteen naar het juiste adres gaan.

Responsive design

Responsive design is een manier van bouwen waarbij één website zich automatisch aanpast aan de schermgrootte van telefoon, tablet of computer.

Er is één adres en één HTML-pagina en alleen de opmaak schuift mee. Google raadt dit aan als de eenvoudigste opzet voor mobile-first indexering. Let er wel op dat je op mobiel niets weglaat dat op desktop staat en dat knoppen groot genoeg zijn om met een duim te raken.

Robots.txt

Robots.txt is een tekstbestand in de hoofdmap van je site dat crawlers vertelt welke delen van je site ze mogen bezoeken.

Het bestand regelt alleen wat er gecrawld wordt. Een geblokkeerde pagina kan nog steeds in Google verschijnen als andere sites ernaar linken, dus wil je een pagina uit de index houden, gebruik dan noindex. In robots.txt geef je ook per AI-crawler aan of die je site mag lezen, lees daarvoor AI-crawler blokkeren.

Lees verder: robots.txt en llms.txt voor AI-crawlers

S

Schema-markup

Schema-markup is gestructureerde data volgens het woordenboek van Schema.org, waarmee je onderdelen van een pagina een vast label geeft, zoals Organization, LocalBusiness, Product of Article.

Je voegt het meestal toe als JSON-LD. Het helpt Google je pagina te begrijpen en maakt rich results mogelijk. Wat het voor AI-zoekmachines doet, is minder duidelijk. Wij leggen het netjes aan omdat het weinig kost en beloven er geen extra AI-vermeldingen mee.

Server-side rendering

Server-side rendering betekent dat de server een pagina volledig opbouwt en als kant-en-klare HTML naar de browser of crawler stuurt.

De tekst staat er dan meteen, ook voor een crawler die geen JavaScript uitvoert. Voor Google en zeker voor AI-crawlers is dit de veiligste opzet. Een gewone WordPress-site werkt al zo. Bij een site in een modern JavaScript-framework moet je er bij de bouw bewust voor kiezen.

Site-architectuur

Site-architectuur is de manier waarop de pagina’s van je website gegroepeerd zijn en via menu’s en interne links met elkaar verbonden zijn.

Een goede architectuur maakt in één oogopslag duidelijk waar je bedrijf over gaat: een paar hoofdonderwerpen met daaronder de pagina’s die erbij horen, zoals in een contentcluster. Google begrijpt zo welke pagina’s bij elkaar horen en welke het belangrijkst zijn. Een stapel losse pagina’s zonder samenhang maakt dat een stuk lastiger.

Lees verder: Pillar page en contentcluster bouwen

Soft 404

Een soft 404 is een pagina die bezoekers laat weten dat er niets te vinden is en tegelijk een 200-statuscode teruggeeft, alsof alles in orde is.

Google herkent zulke pagina’s en meldt ze in Search Console. Ze komen vaak voor bij lege categoriepagina’s, uitverkochte producten met bijna geen tekst en interne zoekpagina’s zonder resultaat. Geef een echte 404 of 410 als een pagina weg is, of vul hem met inhoud waar een bezoeker iets aan heeft.

SSL-certificaat

Een SSL-certificaat is een digitaal bewijs op je server dat de identiteit van je site bevestigt en de versleutelde HTTPS-verbinding mogelijk maakt.

Technisch heet het tegenwoordig TLS, in de praktijk zegt iedereen nog SSL. De meeste hostingpartijen leveren een gratis certificaat dat zichzelf vernieuwt. Verloopt het toch, dan krijgen bezoekers een grote waarschuwing in hun browser en haken ze meteen af.

T

Trailing slash

Een trailing slash is de schuine streep aan het einde van een URL, zoals bij /diensten/ tegenover /diensten.

Voor Google zijn dat twee verschillende adressen. Kies één vorm, laat de andere met een 301 doorverwijzen en gebruik die vorm consequent in je interne links, je sitemap en je canonicals. WordPress gebruikt standaard de vorm met slash en regelt de doorverwijzing meestal zelf.

TTFB

TTFB (Time to First Byte) is de tijd tussen het opvragen van een pagina en het moment dat de eerste gegevens van de server binnenkomen.

Het zegt vooral iets over je hosting, je server en de software die erop draait. Google houdt 0,8 seconde of minder aan als goede richtlijn. TTFB hoort zelf niet bij de Core Web Vitals, al maakt een trage TTFB een goede LCP vrijwel onmogelijk. Caching en betere hosting zijn de gewone oplossingen.

W

WebP

WebP is een bestandsformaat voor afbeeldingen van Google dat bij dezelfde kwaliteit duidelijk kleinere bestanden geeft dan JPG of PNG.

Alle gangbare browsers kunnen WebP tonen. WordPress verwerkt WebP-bestanden gewoon en veel optimalisatieplugins zetten je bestaande afbeeldingen automatisch om. Het nieuwere AVIF is vaak nog iets kleiner, voor de meeste sites is WebP de veilige keuze die overal werkt.

Weespagina (orphan page)

Een weespagina, in het Engels orphan page, is een pagina op je site waar geen enkele interne link naartoe gaat.

Bezoekers vinden hem alleen als ze het adres kennen en Google vindt hem hooguit via de sitemap. Zo’n pagina krijgt geen interne linkwaarde en lijkt voor Google onbelangrijk. Vaak gaat het om oude campagnepagina’s of blogartikelen die nooit in een categorie zijn gezet. Link ernaar vanaf een passende pagina of ruim hem op.

Lees verder: Interne links inzetten

www of zonder www

Www of zonder www is de keuze of je site bereikbaar is op www.jouwdomein.nl of op jouwdomein.nl.

Voor Google maakt het niet uit welke je kiest, zolang je er één kiest. De andere variant stuur je met een 301-redirect door, zodat er geen twee versies van je site naast elkaar bestaan. Kijk bij het tellen van je backlinks ook naar beide varianten, want andere sites linken vaak door elkaar naar allebei.

X

XML-sitemap

Een XML-sitemap is een bestand voor zoekmachines met een lijst van de pagina’s op je site die je in de index wilt hebben.

Google vindt je pagina’s daarmee sneller, vooral nieuwe pagina’s en pagina’s met weinig interne links. Zet er alleen pagina’s in die een 200-status geven, geïndexeerd mogen worden en hun eigen canonical zijn. WordPress en SEO-plugins maken zo’n bestand automatisch en daarna dien je het in bij Search Console.

Lees verder: XML-sitemap indienen bij Google

Vragen

Vragen over technische SEO

Wat is technische SEO?+

Technische SEO is het werk aan de techniek van je website waardoor zoekmachines en AI-crawlers je pagina’s kunnen vinden, lezen en opnemen. Denk aan snelheid, indexering, redirects, gestructureerde data en een heldere opbouw van je site. Het is de basis waar je teksten en links op rusten. Op de pagina over technische SEO lees je wat wij daaraan doen.

Hoe weet ik of mijn site technische problemen heeft?+

Je ziet het het snelst in Search Console, want daar meldt Google zelf welke pagina’s niet geïndexeerd zijn, welke fouten geven en hoe je Core Web Vitals ervoor staan. Zie je veel uitgesloten pagina’s of rode meldingen, dan is een technische controle zinvol. Met de technische SEO-checklist kun je zelf een eerste ronde doen.

Moet ik code kunnen lezen om dit te begrijpen?+

Nee, voor de begrippen in dit woordenboek hoef je geen code te kunnen lezen. Het helpt vooral om te weten wat je bouwer bedoelt en welke vraag je terug kunt stellen. Daar is dit woordenboek voor geschreven.

Hoe zwaar weegt laadsnelheid voor Google?+

Laadsnelheid weegt mee in de ranking, als een kleinere factor naast goede inhoud en links. Het grootste effect zie je bij bezoekers, want een trage pagina verliest mensen voordat ze iets gelezen hebben. Begin met de Core Web Vitals in Search Console.

Doet technische SEO ook iets voor AI-zoekmachines?+

Ja, want een AI-zoekmachine moet je pagina eerst kunnen ophalen en lezen voordat hij je kan noemen. Toegang voor de crawlers, tekst die direct in de HTML staat, een snelle server en goede indexering vormen de technische basis voor AI-zichtbaarheid. Meer daarover lees je in Technische SEO voor AI-zoekmachines.

Lossen jullie technische problemen ook op?+

Ja, vanaf het pakket Groei. In Start (€349 per maand) signaleren we elke maand technische problemen. In Groei (€695 per maand) zit tot 30 minuten per maand voor kleine technische aanpassingen en in Pro (€1.195 per maand) tot een uur. Alle pakketten staan op de pagina over wat SEO kost.

Liever niet zelf elke melding uitzoeken?

Dat snap ik goed. Je hebt een bedrijf te runnen en elke foutmelding in Search Console uitpluizen kost je avonden. In het pakket SEO en GEO houden wij de techniek van je site elke maand in de gaten en vanaf Groei, voor €695 per maand, lossen we kleine technische problemen ook zelf op. Start kan al vanaf €349 per maand, zonder opstartkosten. In een discovery call van 30 minuten kijken we samen waar je site nu staat.